De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt in beginsel in één keer
en ten hoogste in 12 termijnen betaald.
Het college legt in de beschikking tot toekenning van een inburgeringsvoorziening
de termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met
de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.