1. De weigering van een aanbod voor een inburgeringsvoorziening geschiedt schriftelijk;
2. Het aanbod wordt bovendien geacht te zijn geweigerd, als de inburgeringsplichtige ook na
rappel:
a. niet verschijnt op een oproep in verband met het doen van een aanbod; of
b. niet binnen de gestelde termijn een exemplaar van de aanbiedingsbrief of een
schriftelijke weigering van het aanbod retour heeft gezonden.
3. Als een inburgeringsplichtige een inburgeringsvoorziening weigert, stuurt het college de
inburgeringsplichtige:
a. een besluit met de datum waarop het inburgeringsexamen uiterlijk moet zijn behaald
en de mogelijke consequenties van het niet-nakomen van deze verplichting;
b. informatie over de mogelijkheden die hem daarbij in de voorbereiding ter
beschikking staan, inclusief de financiële aspecten.