Aan een huishouden genoemd in artikel 1 kan door burgemeester en wethouders een tegemoetkoming worden verstrekt in de kosten van sociale participatie, wanneer het maandelijkse netto-inkomen van aanvrager en (eventuele) partner tezamen minder bedraagt dan 115% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (plus toeslag op grond van het gemeentelijke toeslagenbeleid) als genoemd in de Wet werk en bijstand (WWB) en/of de Wet investering jongeren;
Geen aanspraak op een tegemoetkoming heeft de inwoner:
die studerende is, of;
die recht heeft op een langdurigheidstoeslag als genoemd in artikel 36 WWB.
Artikel 2.
Aanspraak
Onderdeel van Verordening tegemoetkoming sociale participatie van minimaplushuishoudens