**1..** De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar hij aan personen een verblijfsontzegging kan opleggen.
**2..** De burgemeester gaat alleen over tot aanwijzing van een gebied als bedoeld in het eerste lid, indien er naar zijn oordeel sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde.
**3..** De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde ernstig verstoren door:
Handelen in strijd met het bepaalde in artikel 2.1.1.1, lid 1, 2 en 3, artikel 2.3.3.1 lid 1, artikel 2.4.8 lid 1, artikel 2.7.1, artikel 2.7.2 en artikel 3.2.6 van deze verordening;
het bezit, de handel of het gebruik van de in de Opiumwet verboden middelen;
het bezit van wapens, messen en andere voorwerpen, die als steek- of slagwerk kunnen worden gebruikt;
diefstal, inbraak, heling, vernieling of andere vermogensdelicten;
geweldpleging en/of bedreiging.
**4..** De burgemeester bepaalt in de verblijfsontzegging de termijn waarvoor deze geldt.
**5..** Een verblijfsontzegging kan niet worden opgelegd aan personen, die in het aangewezen gebied blijkens het bevolkingsregister wonen of in het aangewezen gebied werken.
**6..** De burgemeester kan indien de persoon als bedoeld in het derde lid van dit artikel, een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aangewezen gebied te begeven, de verblijfsontzegging naar tijd en naar plaats beperken.
**7..** Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegde verblijfsontzegging.