In deze paragraaf wordt verstaan onder:
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een smartshop, headshop of growshop;
exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een inrichting exploiteert en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;
leidinggevende: 1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd;
de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting;
de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting;
bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van: 1. de exploitant;
de leidinggevende;
het personeel dat werkzaam is in de inrichting;
toezichthouders die als zodanig zijn aangewezen;
andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 16.
Artikel 2:78
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Zeewolde 2010