De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee
leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het
college.
De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel
uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van
een gemeentelijk bestuursorgaan.
De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.
Het college benoemt overeenkomstig het eerste lid een
genoegzaam aantal plaatsvervangende leden en een
plaatsvervangend voorzitter. De plaatsvervangende leden
kunnen in afwijking van lid 2 wel werkzaam zijn onder
verantwoordelijkheid van het gemeentelijk
bestuursorgaan.
HOOFDSTUK II › Paragraaf 1
Artikel 3
Samenstelling van de commissie
Onderdeel van Verordening Adviescommissie bezwaarschriften