De bevoegdheden ingevolge de artikelen
2:1, tweede lid,
6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van
een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van
niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel
6:5 van de wet, kan worden hersteld,
6:14, eerste lid
6:17, voor zover het betreft de verzending van
stukken tijdens de behandeling door de
commissie;
7:4, tweede lid,
7:6, vierde lid,
7:18, tweede en zesde lid, en
7:20, vierde lid,
van de wet worden voor de toepassing van deze verordening
uitgeoefend door of namens de voorzitter van de
commissie.
De voorzitter van de commissie is bevoegd de
verdagingsbeslissingen als bedoeld in artikel 7:10, lid 3 en
artikel 7:24, lid 5 van de wet te nemen.
HOOFDSTUK II › Paragraaf 2
Artikel 7
Overdracht bevoegdheden
Onderdeel van Verordening Adviescommissie bezwaarschriften