Een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, kan worden geweigerd in het belang van:
a. de openbare orde;
b. het voorkomen of beperken van schade of overlast;
c. de bruikbaarheid van de openbare weg;
d. het veilig en doelmatig gebruik, beheer en onderhoud van de openbare weg;
e. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
f. eventuele archeologische bevindingen;
g. de bescherming van groenvoorzieningen.