Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Leidingverordening gemeente Katwijk 2006

Het college kan een vergunning intrekken: a. indien de vergunning op basis  van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. indien de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; c. indien de leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze verordening of vergunningsvoorschrift niet naleeft; d. indien op grond van een verandering van de omstandig­heden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen, dat het van kracht blijven van de vergunning op onaanvaardbare wijze schade zou opleveren aan de belangen, welke deze verordening beoogt te dienen en aan dat bezwaar door het stellen van (nadere) voorschrif­ten rede­lij­kerwijze niet of niet voldoende kan worden tegemoet gekomen; e. indien dit noodzakelijk is vanwege uitvoering van werken door of in opdracht van het college; f. indien binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning daarvan geen gebruik is gemaakt en de vergunninghouder geen verzoek tot verlenging heeft ingediend; g. op verzoek van de vergunninghouder.

Rechtspraak bij dit artikel