Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 14.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet Werk en Bijstand 2010

Het college legt een maatregel op als belanghebbenden een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan hebben betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, waardoor belanghebbenden een beroep moeten doen op bijstand dan wel eerder of langer een beroep moeten doen op bijstand. Daarbij worden de volgende categorieën onderscheiden: Tweede categorie: niet alles in het werk stellen om een boedelscheiding tot stand te brengen; het langer dan de gebruikelijke vakantieduur in het buitenland verblijven; Belanghebbenden jonger dan 27 jaar die de voor hen geldende verplichting van artikel 45, sub a, van de WIJ niet nakomen doordat zij onvoldoende meewerken aan het opstellen van een plan met betrekking tot de arbeidsinschakeling, waaronder begrepen het onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; Belanghebbenden jonger dan 27 jaar die de voor hen geldende verplichting van artikel 45, sub f, van de WIJ niet nakomen doordat zij zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard. Derde categorie: Belanghebbenden jonger dan 27 jaar die de voor hen geldende verplichting van artikel 45, sub b, van de WIJ niet nakomen inhoudende dat zij geen onredelijke eisen mogen stellen in verband met door hen te verrichten algemeen geaccepteerde arbeid, die het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren; Belanghebbenden jonger dan 27 jaar die de voor hen geldende verplichting van artikel 45, sub c, van de WIJ niet nakomen doordat zij niet of onvoldoende meewerken aan het behoud of bevorderen van de arbeidsbekwaamheid; Belanghebbenden jonger dan 27 jaar die de voor hen geldende verplichting van artikel 45, sub d, van de WIJ niet nakomen doordat zij niet of onvoldoende meewerken aan activiteiten of werkzaamheden, gericht op de arbeidsinschakeling; Belanghebbenden jonger dan 27 jaar die de voor hen geldende verplichting van artikel 45, sub e, van de WIJ niet nakomen doordat zij het nalaten de opgedragen werkzaamheden of activiteiten naar beste vermogen te verrichten. Vierde categorie: het verkopen van de woning beneden de WOZ-waarde; het te snel interen van vermogen dat meer bedroeg dan de toepasselijke vermogensgrens; onderbedeling bij echtscheiding; te late of geen aanvaarding van een voorliggende voorziening; het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; het door eigen schuld verliezen van het recht op een sociale zekerheidsuitkering; bij nadere overeenkomst afstand doen van door de rechter toegekende alimentatie; het niet hebben van een op grond van de Zorgverzekeringswet verplichte basisverzekering; overige gedragingen die als een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening van het bestaan worden aangemerkt als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, waardoor belanghebbenden een beroep moeten doen op bijstand dan wel daar eerder of langer een beroep op moeten doen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel