Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen, dan wel
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
hoofdstuk II › paragraaf 2.6
Artikel 2.6.4
intrekking
Onderdeel van Huisvestingsverordening Waddinxveen 2009