Naar hoofdinhoud

hoofdstuk III › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.5

besluiten op aanvraag splitsingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening Waddinxveen 2009

1.. Burgemeester en Wethouders kunnen een splitsingsvergunning weigeren, indien: het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn geweest, dan wel, indien het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, voor zover het geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd met de voorschriften van een bestemmingsplan of met enig wettelijk voorschrift geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen, en niet is gewaarborgd dat die woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijven voor verhuur ter bewoning, en het belang dat de aanvrager bij de splitsing heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad. Hierbij wordt mede de ligging en de te verwachten vraag naar de in het betreffende gebouw of een gedeelte van een gebouw opgenomen woonruimten betrokken. 2.. Burgemeester en Wethouders kunnen een splitsingsvergunning eveneens weigeren indien: redelijkerwijs mag worden verwacht dat de uitvoering van sanerings- reconstructie-of verbeteringsplannen door het afgeven van de vergunning en de mogelijk daaraan verbonden rechtsgevolgen nadelig kan worden beïnvloed, mits voordat de aanvraag om vergunning is ingekomen voor het gebied waarin het gebouw is gelegen een ontwerp van een bestemmingsplan of herziening daarvan ter inzage is gelegd of een bestemmingsplan van kracht is, waarin bedoelde plannen zijn vervat; het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, is gelegen binnen een gebied dat is aangewezen als stadsvernieuwingsproject, dan wel is gelegen binnen een gebied dat nog niet als zodanig is aangewezen, maar waarvan aannemelijk is dat het binnen afzienbare termijn als zodanig zal worden aangewezen. 3.. Burgemeester en Wethouders kunnen ten slotte een splitsingsvergunning weigeren, indien de toestand van het gebouw of een gedeelte daarvan waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing in appartementsrechten of de verlening van deelnemings- of lidmaatschapsrechten als bedoeld in artikel 38 van de Huisvestingswet verzet. Dit is zeker het geval indien: Burgemeester en Wethouders ingevolge de artikelen 14 tot en met 25 van de Woningwet degene, die als eigenaar of uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen bevoegd is, hebben aangeschreven en deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd dan wel hem, tegelijk met de beslissing omtrent het verzoek om splitsingsvergunning, alsnog daartoe aanschrijven; het gebouw, waarop de aanvraag om een splitsingsvergunning betrekking heeft, een of meer woonruimten bevat, die ingevolge de artikelen 29 tot en met 38 van de Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard. 4.. Burgemeester en Wethouders verlenen de splitsingsvergunning nadat de voor het verkrijgen van een splitsingsvergunning vereiste voorzieningen, die tegelijk met de beslissing omtrent het verzoek tot splitsingsvergunning schriftelijk aan de aanvrager van een splitsingsvergunning dienen te worden medegedeeld, zijn getroffen.

Rechtspraak bij dit artikel