Met inachtneming van de gegeven richtlijnen bepaalt de regionaal commandant brandweer indien om bijstand wordt gevraagd, welke gemeente deze moet verlenen, afhankelijk van de aard van de melding, de situatie van en in de bijstand verkrijgende gemeente, de situatie van en in de bijstand verlenende gemeente en de situatie in de omliggende gemeenten op het moment dat bijstand wordt gevraagd. Hij bepaalt tevens de omvang van de gevraagde bijstand.
Hij is bevoegd de brandweer van een deelnemende gemeente zonodig in staat van verhoogde paraatheid te doen brengen en zolang als nodig is te doen houden.
Elke gemeente voldoet aan. een verzoek van de regionaal commandant brandweer tot het verlenen van bijstand of het in staat van verhoogde paraatheid brengen van haar brandweer.
Elke brandweereenheid, die tot het verlenen van bijstand is uitgerukt, stelt zich ter beschikking van de leiding ter plaatse.
Het aanvragen van bijstand geschiedt door de leiding ter plaatse.
De aanvraag en - uitvoering van interregionale bijstand verloopt via de regionaal commandant.
Toelichting
Conform artikel 4, tweede lid van de brandweerwet,1.985 bevat deze regeling bepalingen omtrent onderlinge bijstand bij het beperken en bestrijden van brand en bij hulpverlening bij ongevallen en rampen.
Artikel 25
Bijstand en hulpverlening
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Hulpverleningsdienst Fryslân