Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks een ontwerpbegroting voor het volgend dienstjaar, alsmede een meerjarenraming voor tenminste drie op dat dienstjaar aansluitende jaren aan. De ramingen in de ontwerpbegroting en de meerjarenraming worden toegelicht. Zowel de ontwerpbegroting als de meerjarenraming worden zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden aangeboden door het dagelijks bestuur toegezonden aan de raden.
De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190 lid 2 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
De raden kunnen over de ontwerpbegroting en de meerjarenraming het dagelijks bestuur van hun zienswijze doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
4. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast voor 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen.
Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur, zonodig, de begroting en de meerjarenraming aan de raden. Deze kunnen van hun zienswijze doen blijken bij gedeputeerde staten.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken doch in ieder geval voor 15 juli aan gedeputeerde staten.
in de begroting wordt voor elke gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft de verschuldigde bijdrage aangegeven.
Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage wordt het nadelig saldo volgens de begroting over de gemeenten verdeeld naar verhouding van het inwonertal van de gemeenten op 1 januari, van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. * Voor de vaststelling van de inwoneraantallen worden aangehouden de door het Centraal Bureau' voor de Statistiek terzake bekend gemaakte cijfers.
De bijdrage volgens de begroting van een bij contract opgedragen uitvoerende taak wordt berekend op basis van de kostprijs welke aan die uitvoerende taak ten grondslag ligt.
De betaling van de- bijdragen, of voorschotten daarop, vindt plaats op de wijze en op het tijdstip door het algemeen bestuur te bepalen.
Toelichting
De artikelen 186 tot en met 213 van de (gedualiseerde) Gemeentewet zijn ook van toepassing verklaard op gemeenschappelijke regelingen. Deze artikelen hebben betrekking op de begroting, jaarrekening, administratie en de controle. Ook het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is van toepassing op gemeenschappelijke regelingen. Dit betekent onder andere dat de begroting die door het algemeen bestuur wordt vastgesteld moet worden opgezet op basis van een indeling in programma's (programmabegroting). Het dagelijks bestuur stelt vervolgens op basis van de programmabegroting de productenraming vast.
Zowel de ontwerpbegroting als de meerjarenraming worden zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden aangeboden door het dagelijks bestuur toegezonden aan de raden. De raden kunnen over de ontwerpbegroting en de meerjarenraming het dagelijks bestuur van hun zienswijze doen blijken. De termijn waarop de begroting uiterlijk moet zijn vastgesteld door het algemeen bestuur (1 juli) stelt gemeenten in staat de uitgaven die gemoeid zijn met de Huipverleningsdienst in de eigen begroting te verwerken. Het gaat immers om verplichte uitgaven. Artikel 34, tweede lid, Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat de begroting v66r 15 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt, aan Gedeputeerde Staten moet zijn toegezonden.
HOOFDSTUK XII
Artikel 28
Begroting en meerjarenraming
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Hulpverleningsdienst Fryslân