1. Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks voor 1 juni de rekening over het afgelopen jaar, met alle bijbehorende bescheiden, ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan. Tevens
wordt de rekening aan de raden aangeboden. Daarbij wordt eveneens aangeboden het verslag van bevindingen als bedoeld in artikel 213, lid 2, van de Gemeentewet.
Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar vast voor 1 juli volgende op het jaar, waarvoor de rekening geldt.
Van de vaststelling door het algemeen bestuur doet het dagelijks bestuur mededeling aan de raden van de gemeenten. Tevens zendt het dagelijks bestuur de vastgestelde rekening met alle daarbij behorende stukken binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval voor 15 juli aan gedeputeerde staten.
HOOFDSTUK XII
Artikel 30
Rekening
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Hulpverleningsdienst Fryslân