Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

Opheffing, liquidatie

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân

1.. Voor de opheffing van de regeling en de daarin begrepen ontbinding van het openbaar lichaam is vereist een eensluidend besluit van tenminste vijf raden. 2.. Dit besluit bepaalt tevens de datum van ingang van de opheffing en de ontbinding. Deze datum kan in geen geval gelegen zijn v©©r 1 januari van het jaar volgende op dat, waarin het besluit tot opheffing en ontbinding is opgenomen in de registers ex artikel 27 van de wet. 3.. Binnen dertien weken nadat het in het eerste lid bedoelde besluit onherroepelijk is geworden stelt het algemeen bestuur, na de bevoegde organen van de deelnemers te hebben gehoord, een liquidatieregeling vast. 4.. Een liquidatieregeling, als in het vorige lid bedoeld, bevat in elk geval een personeelsplan en een vereffeningsplan. Zij voorziet tevens in een regeling van de overbrenging naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Smallingerland van alle archiefbescheiden van het openbaar lichaam. 5.. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. Indien en voor zover dat voor een goede uitvoering van de liquidatie nodig is, blijven de organen en de functionarissen van het openbaar lichaam ook na het tijdstip van opheffing van de regeling, zolang als nodig wordt bevonden, in functie. 6.. Een batig saldo komt ten bate, een nadelig saldo komt ten laste van de deelnemende gemeenten. Het batig dan wel nadelig saldo wordt naar verhouding van het aantal SE uit de deelnemende gemeenten op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de regeling wordt opgeheven vastgesteld. 7.. Van elk besluit tot opheffing van de regeling wordt door het dagelijks bestuur bericht gezonden aan de gemeenten en gedeputeerde staten.

Rechtspraak bij dit artikel