**1..** Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het zendt dit in bij het orgaan dat het heeft aangewezen. Het deelt dit ontslag tevens mee aan de voorzitter.
**2..** Het bevoegde orgaan van een deelnemer kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslaan indien dat lid zijn vertrouwen niet meer bezit. Het neemt daarbij de volgende bepalingen in acht.
**3..** Een besluit tot ontslagverlening genoemd in het voorgaande lid kan niet eerder worden genomen dan nadat het bevoegde orgaan ten minste twee weken en ten hoogste dertien weken tevoren heeft verklaard dat het betrokken lid zijn vertrouwen niet meer bezit.
**4..** Een ontslag als bedoeld in het tweede lid gaat onmiddellijk in met het nemen van het daartoe strekkende besluit. Op het ontslagbesluit is artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
**5..** Dit artikel is ook van toepassing ten aanzien van een plaatsvervangend lid.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.6
Tussentijds ontslag
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân