Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.6

Jaarrekening

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân

1.. Het dagelijks bestuur legt jaarlijks voor 1 april aan het algemeen bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording af van het gevoerde financieel beheer onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. 2.. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag als genoemd in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet. 3.. De in het eerste en tweede lid genoemde bescheiden, alsmede een exemplaar van het verslag wordt toegezonden aan de raden. 4.. Binnen zes weken na ontvangst van de in het derde lid genoemde stukken kunnen de raden hun zienswijze schriftelijk naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin de zienswijze is opgenomen, bij de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken. 5.. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast voor 1 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar. 6.. Het dagelijks bestuur zendt de door het algemeen bestuur vastgestelde jaarrekening vergezeld van de bijbehorende stukken binnen twee weken na de vaststelling aan de raden. 7.. Het besluit van het algemeen bestuur houdende vaststelling van de jaarrekening strekt voorzover het de daarin opgenomen baten en lasten betreft, het dagelijks bestuur en de controller van de dienst tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden. 8.. Een exemplaar van de jaarrekening wordt ter kennisneming gezonden aan gedeputeerde staten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel