De verplichting tot betaling van een subsidiebedrag wordt opgeschort met ingang van de dag waarop burgemeester en wethouders aan de subsidieontvanger schriftelijk kennis hebben gegeven van het ernstige vermoeden dat er grond bestaat om toepassing te geven aan artikel 11 of artikel 12, tot en met de dag waarop de beschikking omtrent de intrekking of wijziging is bekendgemaakt of de dag waarop sedert de kennisgeving van het ernstige vermoeden dertien weken zijn verstreken.
HOOFDSTUK IV
Artikel 15.
(Opschorting betaling bij voorgenomen intrekking of wijziging subsidie)
Onderdeel van Subsidieverordening duurzaam bouwen Drachtstervaart 2003