De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt
geweigerd indien:
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is
van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het
normale gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of gebrek
geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden
aanwezig was;
de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning,
tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend
door het college;
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en
extra trapleuningen;
de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis
van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat
deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van
een onverwacht optredende noodzaak;
de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is
vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele
jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een
AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het
verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen
problemen met het normale gebruik van de woning zijn
ondervonden;
een bouwkundige woningaanpassing het maximale bedrag zoals
genoemd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning
gemeente Ermelo te boven gaat.
Hoofdstuk 4.
Artikel 20.
Beperkingen.
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Ermelo