Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WELSTANDSZORG HUS EN HIEM 2005

Het Algemeen Bestuur bestaat uit zoveel leden als het aantal deelnemende gemeenten bedraagt. De raden wijzen hetzij hun voorzitter, hetzij een wethouder van hun gemeente als lid en als plaatsvervangend lid aan. De raden beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de in het 2e lid genoemde leden en plaatsvervangende leden. Het Algemeen Bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. Toelichting: De Wet dualiseringgemeentebestuur houdt een andere bevoegdheids- en verantwoordelijkheidsverdeling in tussen de raad en het college. De raad stuurt op hoofdlijnen en controleert het college; Het college is met name met de uitvoering belast. De G. R. bas en hiem is een 'uitvoeringsregeling': de uitvoering van een aantal gemeentelijke taken, die voortvloeien uit (rijks-) wetgeving zijn vanwege inhoudelijke, financiële en organisatorische overwegingen bij één (intergemeentelijke] organisatie neergelegd. Het AB van h&h maakt geen welstands- of monumentenbeleid, maar is gericht op optimalisering van de uitvoering van deze gemeentelijke taken, in termen van financiën en doelgerichte (bedrijfs-) organisatie. De uitvoering van deze taken behoort tot de bevoegdheid van het college. Hieruit vloeit logisch voort dat het AB samengesteld wordt door vertegenwoordigers van de colleges van de deelnemende gemeenten. (zie ook art. 13, lid 1 van de Wet).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel