De norm of de toeslag wordt lager vastgesteld, indien de gehuwde, de alleenstaande ouder of de alleenstaande, lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm of de toeslag voorziet, als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen - dan wel niet - in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke woonkosten en of overige woonkosten zijn verbonden.
Kosten als bedoeld in het eerste lid, die geheel dan wel gedeeltelijk kunnen ontbreken, houden voor de toepassing van dit artikel in:
woonkosten;
overige woonkosten.
De verlaging bedoeld in het eerste lid bedraagt:
18% van de gehuwdennorm, indien uitsluitend de kosten, genoemd in het tweede lid onder a., ontbreken;
12% van de gehuwdennorm, indien uitsluitend de kosten, genoemd in het tweede lid onder b., ontbreken;
30% van de gehuwdennorm, indien de kosten, genoemd in het tweede lid onder a. en b., ontbreken.
De verlaging, bedoeld in het derde lid, vindt bij voorrang plaats op de toeslag.
Hoofdstuk
Artikel 5
Verlaging in verband met woonsituatie
Onderdeel van Toeslagenverordening WIJ Stadskanaal 2010