Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Algemene bepalingen over voorzieningen

Onderdeel van REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE SCHIEDAM 2004

1.. Het college legt in beleidsregels vast welke voorzieningen in ieder geval aangeboden kunnen worden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2.. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. 3.. Het college kan een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 eerste lid, 17 en 18 eerste en tweede lid van de wet en de artikelen 28 en 29 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle duurzame arbeidsinschakeling. 4.. Het college kan bij leden van de doelgroep, niet zijnde personen met een uitkering volgens de wet, IOAW of IOAZ voor het gebruik van een voorziening een borgsom opleggen. Deze borgsom wordt terugbetaald, indien de voorziening naar het oordeel van het college heeft geleid tot het met de voorziening beoogde resultaat.

Rechtspraak bij dit artikel