**1..** Het college legt in beleidsregels vast welke voorzieningen in ieder
geval aangeboden kunnen worden alsmede de voorwaarden die daarbij
gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere
bepalingen zijn opgenomen.
**2..** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere
verplichtingen verbinden.
**3..** Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
verplichting als bedoeld in de artikelen 9 eerste lid, 17 en
18 eerste en tweede lid van de wet en de artikelen 28 en 29
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
doelgroep van de wet;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening
onvoldoende bijdraagt aan een snelle duurzame
arbeidsinschakeling.
**4..** Het college kan bij leden van de doelgroep, niet zijnde personen met
een uitkering volgens de wet, IOAW of IOAZ voor het gebruik van een
voorziening een borgsom opleggen. Deze borgsom wordt terugbetaald,
indien de voorziening naar het oordeel van het college heeft geleid
tot het met de voorziening beoogde resultaat.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE SCHIEDAM 2004