Burgemeester en wethouders kunnen een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in artikel 2.1, onder 1a verstrekken aan:
de gehandicapte;
een persoon, die op verzoek van de gemeente en/of de woningstichting, ten behoeve van een gehandicapte de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewo-ning, heeft ontruimd.
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder a indien:
de verhuizing niet heeft plaatsgevonden voordat burgemeester en wethouders op de aanvraag hebben beschikt, tenzij zij daar schriftelijk toestemming voor hebben ver-leend;
de gehandicapte niet voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
de gehandicapte niet verhuisd is naar of vanuit een woonruimte, niet bestemd noch geschikt voor permanente bewoning, tenzij hij daar zijn hoofdverblijf heeft;
de gehandicapte niet verhuisd is naar een verpleeginstelling of een verzorgingshuis;
in de te verlaten woonruimte belemmeringen als gevolg van ziekte of gebrek zijn ondervonden, tenzij het een verhuizing naar een A.D.L.-woning betreft;
de gehandicapte niet verhuisd op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie de verhuizing ook zonder de handicap algemeen gebruikelijk zou zijn.
De hoogte van de financiële tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder a en b wordt vermeld in het Financiële Normenboek Wvg gemeente Ermelo.
Paragraaf 7 - Facultatieve woonvoorzieningen.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 6
Artikel 2.13.
Artikel 2.13.
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente Ermelo 2001