Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10.

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2010

1.. Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1 en sub 2, te beschadigen of te vernielen. 2.. Het is verboden een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 1, onder a, sub I en sub 2 door verwaarlozing en gebrek aan onderhoud in een dusdanige staat te brengen dat de monumentale kwaliteiten worden aangetast. 3.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1 en sub 2 af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1 en sub 2 te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; 4.. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het derde lid gelden niet: indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd; dit uit het aanwijzingsbesluit blijkt. 5.. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming uitsluitend een vergunning als bedoeld in het vierde lid, als dit in overeenstemming gebeurt met de eigenaar en het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel