Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

De aanwijzing tot gemeentelijk monument

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2010

1.. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak of terrein als bedoeld in 1a., sub 1 en sub 2 geheel of gedeeltelijk aanwijzen als gemeentelijk monument. Het besluit van het college moet vergezeld gaan van een plattegrond en waar nodig aanvullende tekeningen waaruit blijkt of het gaat om volledige of gedeeltelijke bescherming van betreffende onroerende zaak of terrein. 2.. Het verdient de voorkeur om voorafgaand aan de aanwijzing de rechthebbende mondeling in te lichten over de ophanden zijnde aanwijzing en de consequenties, al dan niet tijdens een groepsbijeenkomst. 3.. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de commissie cultuurhistorie die op basis van een redengevende beschrijving of quickscan haar advies geeft. 4.. Voordat het college een onroerende zaak of terrein met een religieuze bestemming als gemeentelijk monument aanwijst, dat uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst, voert hij overleg met de eigenaar. 5.. De aanwijzing kan geen onroerende zaak of terrein betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de Monumentenverordening van de provincie Gelderland.

Rechtspraak bij dit artikel