Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Hoogte aflossingsbedrag en volgorde aflossing

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering inkomensvoorzieningen 2010

1.. Belanghebbende dient de kosten van terug te vorderen bijstand, inkomensvoorziening, uitkering of van een subsidie of voorschotten in het kader van de WKO in beginsel ineens terug te betalen. 2.. Burgemeester en wethouders nemen bij de beoordeling voor terugbetaling ineens, ook het vermogen van belanghebbende in aanmerking. Voor het in aanmerking nemen van het vermogen worden de volgende criteria gehanteerd; van het vermogen wordt ter reservering voor vervanging van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen € 2.500,00 buiten beschouwing gelaten; de vrijlating bedoeld onder a. is niet van toepassing bij vorderingen in verband met fraude. 3.. Indien belanghebbende niet in staat is de betaling ineens te voldoen, dient de (resterende) vordering in termijnen worden terugbetaald. 4.. Burgemeester en wethouders stellen, rekening houdend met de beslagvrije voet, de maandelijkse aflossingsverplichting, overeenkomstig lid 3 vast op 6% van de geldende bijstandsnorm/norm inkomensvoorziening inclusief eventuele toeslag en inclusief vakantietoeslag. 5.. In afwijking van lid 4 stellen burgemeester en wethouders, rekening houdend met de beslagvrije voet, de aflossingsverplichting op 10% van de geldende bijstandsnorm/norm inkomensvoorziening inclusief eventuele toeslag en inclusief vakantietoeslag. indien betrokkene een schuld heeft als gevolg van schending van de inlichtingenplicht ex artikel 17 WWB, artikel 44 WIJ, artikel 13 IOAW/IOAZ of artikel 28 WKO. 6.. Voor zover het inkomen meer bedraagt dan de bijstandsnorm/norm inkomensvoorziening inclusief toeslag dan wel netto grondslag IOAW/IOAZ, wordt er na aftrek van extra woonlasten (netto woonkosten minus normhuur) 50% van het resterende meerinkomen bij de aflossingsverplichting opgeteld. 7.. In afwijking van lid 4 en lid 5 houden burgemeester en wethouders geen rekening met de beslagvrije voet als betrokkene geen of onvoldoende inlichtingen verstrekt als bedoeld in artikel 60 lid 5 onder b WWB, 56 lid 5 onder b WIJ, of artikel 28 lid 5 onder b IOAW/IOAZ. 8.. In overleg met belanghebbende kunnen burgemeester en wethouders uit praktische overwegingen afwijken van het bepaalde in lid 1 tot en met 7. 9.. In beginsel wordt bij meerdere openstaande vorderingen de oudste vordering het eerst te worden afgelost, tenzij belanghebbende aangeeft op welke andere vordering het aflossingsbedrag in mindering moet worden gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel