**1..** Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op schriftelijk verzoek van belanghebbende besluiten tot het kwijtschelden van teruggevorderde bijstand, inkomensvoorziening, uitkering IOAW/IOAZ of kosten van subsidies en voorschotten in het kader van de WKO indien:
redelijkerwijs is te voorzien dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, en;
redelijkerwijs is te voorzien dat een schuldenregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen, en;
de vordering van de gemeente tenminste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
**2..** Het besluit tot kwijtschelding treedt niet in werking voordat een schuldenregeling tot stand is gekomen.
**3..** Van kwijtschelding als bedoeld in lid 1 wordt afgezien, behoudens zich daartoe verzettende dringende redenen bij belanghebbende of zijn gezin, indien:
de schuld is ontstaan als gevolg van schending van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 WWB, 44 WIJ, 13 IOAW/IOAZ of 28 WKO dan wel als gevolg van afstemming als bedoeld in artikel 18 lid 2 WWB, artikel 41 lid 1 WIJ of artikel 20 IOAW/IOAZ;
de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een zaak of zaken en voor zover de vordering op die zaken verhaald kan worden.
Hoofdstuk
Artikel 5
Schulden aan gemeente Almelo en minnelijke schuldregeling
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering inkomensvoorzieningen 2010