**1..** Als de belanghebbende naar het oordeel van het college een verplichting als bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ of een op grond van hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden verplichting - anders dan de verplichting, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c IOAZ - schendt, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging toegepast. Daarnaast wordt tevens een verlaging toegepast indien belanghebbende onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW/IOAZ zich jegens het college zeer ernstig misdraagt.
**2..** Het eerste lid is gelijkelijk van toepassing op de belanghebbende die een uitkering ontvangt op grond van de IOAW, wanneer hij de op basis van artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op hem rustende verplichtingen schendt.
**3..** Een verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.
**4..** De verlaging kan niet meer bedragen dan de uitkeringsnorm waarop belanghebbende recht zou hebben gehad gedurende de periode waarop de verlaging betrekking heeft, indien er geen grond voor verlaging zou zijn geweest.
**5..** De duur van de verlaging als bedoeld in artikel 10, 13, 14, 15 en 16 van deze verordening wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een verlaging is toegepast wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, lid 3.
**6..** Indien een belanghebbende zich na een besluit als bedoeld in lid 5, wederom schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie en die plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden na het laatste recidivebesluit, kan het college, al individualiserend, de hoogte en de duur van de toe te passen verlaging vaststellen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.Het
toepassen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ gemeente Groesbeek 2010