Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of wijzigen:
1. op verzoek van de vergunninghouder;
2. wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is in het gebied of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt, waarvoor de vergunning is verleend;
3. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die re¬levant waren voor het verlenen van de vergunning;
4. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
5. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
6. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
7. om redenen van openbaar belang.