Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening 2010

a.Houtopstand Houtopstand is het kernbegrip van de verordening. Hieronder vallen bomen, inclusief bomen die als hakhout worden gebruikt, en houtwallen. Houtwallen bestaan uit bomen en opgaande struiken, inclusief struiken die als hakhout worden gebruikt. Opgaande struiken in houtwallen zijn dus in tegenstelling tot struiken die niet in houtwallen staan kapvergunningplichtig. e.Boomwaarde De richtlijnen voor de monetaire boomwaarde van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB) worden jaarlijks vastgesteld. De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen. h.Bomendepot Een bomendepot is een plaats waar de gemeente bomen opslaat die op een bepaalde plaats moeten verdwijnen, maar heel goed op een andere plaats hergebruikt kunnen worden. In afwachting van dat hergebruik worden ze opgeslagen in een bomendepot. Zo’n bomendepot heeft niet een vaste plaats, maar wordt telkens tijdelijk ingericht, bij voorkeur dicht bij de plaats waar de bomen verwijderd worden of dicht bij de plaats waar ze weer geplant worden. Voor het verwijderen van de bomen van de oorspronkelijke plaats gelden de normale regels van de Bomenverordening. Uitgraven voor verplanten is namelijk een maatregel die de dood of ernstige beschadiging van de boom tot gevolg kan hebben. i.Tijdelijke natuur In de praktijk blijkt dat grondeigenaren, bouwers en projectontwikkelaars het niet aandurven om op hun terreinen in afwachting van de start van een (bouw)ontwikkeling, tijdelijk natuurontwikkeling toe te staan. De kans is namelijk reëel dat zich op het terrein beschermde planten of dieren vestigen en deze mogen niet zomaar verwijderd worden. Het risico om bij aanvang van bouw, ontgronding of bedrijfsuitbreiding geconfronteerd te worden met extra procedures, voorschriften en vertragingen leidt er in de praktijk toe dat ondernemers het zekere voor het onzekere nemen en de vestiging van beschermde planten en dieren op hun terreinen voorkomen. Begrijpelijk, maar zo worden plant- en diersoorten, waaronder zeldzame, onnodig in hun ontwikkelingskansen belemmerd. Wanneer de terreinen in deze tussentijd ter beschikking worden gesteld aan de natuur kan er zich tijdelijk een spectaculaire ontwikkeling van flora en fauna voordoen. Dit is gedefinieerd als Tijdelijke natuur. Het Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit stimuleert de ontwikkeling van Tijdelijke natuur door een initiatiefnemer al voordat met de natuurontwikkeling wordt gestart toestemming te verlenen om die natuur weer te verwijderen op het moment dat hij dat wenst. Het risico op extra procedures en vertragingen bij de start van het (bouw)project wordt daarmee weggenomen. k.Bevoegd gezag De vermelde definitie is de definitie van bestuursorgaan van artikel 1.1, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij een aanvraag om een wabovergunning zijn meestal burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Soms echter gedeputeerde staten of de minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu. Aanvragers moeten hun aanvraag voor een omgevingsvergunning altijd richten aan burgemeester en wethouders. Die moeten een aanvraag doorsturen als een ander bestuursorgaan het bevoegde gezag blijkt te zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel