Lid 1. Het verbod om te kappen zonder vergunning is beperkt tot bomen die behoren tot
bepaalde categorieën: monumentale houtopstand, bijzondere houtopstand, structurele
houtopstand en gemeentelijke houtopstand die dikker is dan 30 cm doorsnee op 1.30 m
hoogte of (indien dunner dan 30 cm doorsnee) deel uitmaakt van een groep of rij van minimaal
6 bomen. De eerste drie categorieën zijn de behoudenswaardige bomen, die vierde is een
restcategorie gemeentelijke bomen die kapvergunningplichtig blijft om belanghebbenden in de
gelegenheid te stellen een rechterlijk oordeel over de vergunning te verkrijgen.
Lid 2. De bevoegdheid om bij gemeentelijke verordening een verbod tot vellen in te stellen is in
artikel 15 van de Boswet beperkt. Op grond van dat artikel mag voor bepaalde daarin (en in lid
2 van de Bomenverordening) genoemde houtopstand geen vergunning geëist worden als die
bomen een aantoonbaar economisch doel hebben. De voorwaarde aantoonbaar economisch doel
blijkt uit de Memorie van toelichting van de Boswet, niet uit de tekst van artikel 15 van de
Boswet zelf.
Lid 3. Hier staan een aantal uitzonderingen op de kapvergunningplicht. Het gaat hier om twee
soorten situaties. Allereerst gaat het om situaties waarin snel gehandeld moet worden en
wachten op een kapvergunning te lang zou duren, terwijl gezien de reden van kappen zeker een
kapvergunning verleend zou worden (Plantenziektewet, aanschrijving, last, zeer zwaarwegende
dringende redenen).
Vervolgens gaat het om situaties waarin sprake is van een van oudsher geaccepteerd en te
respecteren gebruik van bomen (hakhout), van het opnieuw in een eerder gekozen vorm snoeien
(knotten of kandelaberen), van een onderhoudsmaatregel gericht op voortbestaan van de
houtopstand (dunnen), van het weer verwijderen van een tijdelijk ”gestalde” boom
(bomendepot) en van het verwijderen van houtopstand die alleen maar heeft kunnen groeien
dankzij de vrijstelling van de kapvergunningplicht (Tijdelijke natuur). Behalve bij Tijdelijke
natuur worden de bomen niet gekapt, maar juist verzorgd of, bij hakhout, op een te respecteren
manier gebruikt.
Voor knotten en kandelaberen geldt dat de eerste keer een opgaande (normale) boom knotten of
kandelaberen wel kapvergunningplichtig kan zijn omdat het hierbij gaat om maatregelen die de
dood of ernstige beschadiging tot gevolg kunnen hebben. Ook het compleet verwijderen van
een tot dan toe als hakhout gebruikte houtopstand kan kapvergunningplichtig zijn, evenals het
verwijderen van een boom die verplaatst wordt naar een bomendepot. Er staat hier kan omdat
de bomen uiteraard alleen kapvergunningplichtig zijn als ze vallen onder lid 1 (van artikel 3).
Op grond van artikel 7 lid 1 kan een herplantplicht worden opgelegd in gevallen waarin een
kapvergunningplichtige boom zonder vergunning is gekapt of een kapvergunningvrije
maatregel zodanig onbekwaam is toegepast dat de boom is vernield in plaats van verzorgd.