Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:

Kapverbod

Onderdeel van Bomenverordening 2010

Lid 1. Het verbod om te kappen zonder vergunning is beperkt tot bomen die behoren tot bepaalde categorieën: monumentale houtopstand, bijzondere houtopstand, structurele houtopstand en gemeentelijke houtopstand die dikker is dan 30 cm doorsnee op 1.30 m hoogte of (indien dunner dan 30 cm doorsnee) deel uitmaakt van een groep of rij van minimaal 6 bomen. De eerste drie categorieën zijn de behoudenswaardige bomen, die vierde is een restcategorie gemeentelijke bomen die kapvergunningplichtig blijft om belanghebbenden in de gelegenheid te stellen een rechterlijk oordeel over de vergunning te verkrijgen. Lid 2. De bevoegdheid om bij gemeentelijke verordening een verbod tot vellen in te stellen is in artikel 15 van de Boswet beperkt. Op grond van dat artikel mag voor bepaalde daarin (en in lid 2 van de Bomenverordening) genoemde houtopstand geen vergunning geëist worden als die bomen een aantoonbaar economisch doel hebben. De voorwaarde aantoonbaar economisch doel blijkt uit de Memorie van toelichting van de Boswet, niet uit de tekst van artikel 15 van de Boswet zelf. Lid 3. Hier staan een aantal uitzonderingen op de kapvergunningplicht. Het gaat hier om twee soorten situaties. Allereerst gaat het om situaties waarin snel gehandeld moet worden en wachten op een kapvergunning te lang zou duren, terwijl gezien de reden van kappen zeker een kapvergunning verleend zou worden (Plantenziektewet, aanschrijving, last, zeer zwaarwegende dringende redenen). Vervolgens gaat het om situaties waarin sprake is van een van oudsher geaccepteerd en te respecteren gebruik van bomen (hakhout), van het opnieuw in een eerder gekozen vorm snoeien (knotten of kandelaberen), van een onderhoudsmaatregel gericht op voortbestaan van de houtopstand (dunnen), van het weer verwijderen van een tijdelijk ”gestalde” boom (bomendepot) en van het verwijderen van houtopstand die alleen maar heeft kunnen groeien dankzij de vrijstelling van de kapvergunningplicht (Tijdelijke natuur). Behalve bij Tijdelijke natuur worden de bomen niet gekapt, maar juist verzorgd of, bij hakhout, op een te respecteren manier gebruikt. Voor knotten en kandelaberen geldt dat de eerste keer een opgaande (normale) boom knotten of kandelaberen wel kapvergunningplichtig kan zijn omdat het hierbij gaat om maatregelen die de dood of ernstige beschadiging tot gevolg kunnen hebben. Ook het compleet verwijderen van een tot dan toe als hakhout gebruikte houtopstand kan kapvergunningplichtig zijn, evenals het verwijderen van een boom die verplaatst wordt naar een bomendepot. Er staat hier kan omdat de bomen uiteraard alleen kapvergunningplichtig zijn als ze vallen onder lid 1 (van artikel 3). Op grond van artikel 7 lid 1 kan een herplantplicht worden opgelegd in gevallen waarin een kapvergunningplichtige boom zonder vergunning is gekapt of een kapvergunningvrije maatregel zodanig onbekwaam is toegepast dat de boom is vernield in plaats van verzorgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel