**1..** Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die
gedraging door het college heeft plaatsgevonden, met
uitzondering van de gedraging die schending van de
inlichtingenplicht inhoudt; of
de gedraging die een schending van de inlichtingenplicht
inhoudt langer dan vijf jaar geleden heeft
plaatsgevonden.
**2..** Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien
daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
**3..** Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan
schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van MAATREGELENVERORDENING NIEUWE WATERWEG NOORD 2004