Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 16

Instandhoudingsbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Sint-Michielsgestel 2009

1.. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder b de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren. 2.. Het is verboden om in een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder j, de bodem dieper dan 50 cm onder de oppervlakte te verstoren. 3.. Het verbod in lid 1 en lid 2 is niet van toepassing indien; het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart of de gemeentelijke beleidsadvieskaart, of bij het ontbreken daarvan de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring plaatsvindt: - in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 1000 m2, of; - in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 500 m2, of; - in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2; in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologischemonumentenzorg. in een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10 of een ontheffingenbesluit als bedoeld in 3.22, 3.23 of 3.40 van de Wet op de ruimtelijke ordening voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waarden-kaart of de gemeentelijke beleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan,de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden; een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: - het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of - de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of - in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel