Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking
tot:
vakantie-onderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten
bepaald op het aantal slaapplaatsen;
mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste
standplaatsen bepaald op:
2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of
minder bedraagt;
4 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan
drie betreft;
mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen
bepaald op de som van het aantal kampeeronderkomens bestemd
voor verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigd
met 2 en het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf
van meer dan drie personen, vermenigvuldigd met 3.
Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
overnacht wordt:
ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens,
niet-beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste
standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts
gebruikt mogen worden gedurende een periode van:
ten hoogste zes maanden bepaald op 60;
meer dan zes maanden bepaald op 100;
ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen bepaald op
365.
Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid,
letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal
tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt
binnen een afzonderlijke periode van twee maanden.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2011