In deze afdeling wordt verstaan onder:
houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen met een doorsnede van meer dan 20 centimeter of een omtrek van meer dan 65 centimeter op 1,3 meter hoogte van het maaiveld; in geval van meerstammige bomen geldt de omtrek van de dikste stam;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;
In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben, waaronder de eerste keer knotten of kandelaberen.
Het is verboden zonder vergunning van het college ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een houtopstand te vellen of te doen vellen.
Het verbod geldt niet voor:
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouw gronden, beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen;
het bedrijfsmatig exploiteren van vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;
sparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed;
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet, krachtens een aanschrijving of last van het college of omdat deze acuut gevaar oplevert, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.11, lid 7.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 4.10
Algemeen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Oosterhout 2010