Burgemeester en wethouders maken gebruik van de bevoegdheid tot het
verhalen van kosten van bijstand:
tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het
Burgerlijk Wetboek: op degene die bij het ontbreken van gezinsverband
zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet
of niet behoorlijk nakomt en op het minderjarige kind dat zijn
onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt;
tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van
de het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht
na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van
tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt;
tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van
de het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht
op grond van artikel 395a van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek niet of
niet behoorlijk nakomt jegens
zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is
verleend;
op degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft
ontvangen een schenking heeft gedaan voorzover bij het besluit
op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou
zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden,
tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de
schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van
bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen
voorzien;
op de nalatenschap van de persoon indien:
aan die persoon ten onrechte bijstand is verleend indien sprake is
van een situatie als bedoeld in artikel 4 onder a, e en f van
het Gemeentelijk Besluit Terugvordering WWB en voorzover voor het
overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden;
bijstand is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van
borgtocht.
Hoofdstuk
Artikel 1.
Verhaal van bijstand
Onderdeel van Gemeentelijk Besluit Verhaal Wet Werk en Bijstand