Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 25

Artikel 25

Onderdeel van GEMEENTELIJK BESLUIT BIJZONDERE BIJSTAND WWB

1.. Een persoon van 18, 19 en 20 jaar heeft gelet op artikel 12 van de wet slechts recht op bijzondere bijstand voor zover zijn noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders omdat: de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; hij redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet geldend kan maken. 2.. De bijzondere bijstand als bedoeld in het vorige lid wordt als een toeslag verstrekt. 3.. Voor een alleenstaande persoon van 18,19 en 20 jaar wordt de hoogte van de toeslag als bedoeld in het vorige lid bepaald op een bedrag overeenkomstig het verschil tussen de toepasselijke bijstandsnorm en de bijstandsnorm voor een 21 jarige alleenstaande exclusief vakantiegeld. 4.. Voor een alleenstaande ouder van 18,19 en 20 jaar wordt de maximale hoogte van de toeslag als bedoeld in het tweede lid bepaald op een bedrag overeenkomstig het verschil tussen de toepasselijke bijstandsnorm en de bijstandsnorm van een alleenstaande ouder van 21 jaar en ouder exclusief vakantiegeld. 5.. Voor gehuwden beide jonger dan 21 jaar wordt de maximale hoogte van de toeslag als bedoeld in het tweede lid bepaald op een bedrag overeenkomstig het verschil tussen de toepasselijke bijstandsnorm en de bijstandsnorm voor gehuwden waarvan beiden ouder zijn dan 21 jaar exclusief vakantiegeld.

Rechtspraak bij dit artikel