Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2.4.17

Loslopende honden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006 (Apv)

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats indien de  hond niet is aangelijnd; of op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; of op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2.. Het eerste lid aanhef en onder a is niet van toepassing op door het college aan gewezen plaatsen. 3.. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eige naar of houder van een hond: die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale   hulphond.

Rechtspraak bij dit artikel