**1..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.
**2..** Het verbod geldt niet voor:
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouw gronden, beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen;
vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;
coniferen en naaldhoutsoorten, met uitzondering van Taxus (Taxus soorten);
berken (alle Betula-soorten en/of cultuurvariëteiten (CV));
gecultiveerde bolbomen (zoals bolkers, bolacacia, bolesdoorn en bolcatalpa), met uitzondering van de volgende inheemse knotbomen: knotwilg, -populier, -es, -linde en -eik;
kweekgoed;
overige soorten bomen met een stamdoorsnede van minder dan 0,25 m op 1,3 m hoogte boven het maaiveld, tenzij deze bomen zijn geplant in het kader van een herplantplicht als bedoeld in de artikelen 4.3.5 en 4.3.6 en/of tenzij deze bomen onderdeel uitmaken van hakhout of van een houtwal;
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
1. ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
2. ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.3.6;
houtopstand als bedoeld in het Convenant Erf- en Landschappelijke beplantingen in het Buitengebied van 31 januari 2002, voor zover deze houtopstand overeenkomstig het convenant gemeld en/of geregistreerd is.
**3. .** Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.3.2
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006 (Apv)