Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 14

Openbaarheid van vergaderingen

Onderdeel van Verordening bestuurscommissie "Winkler Prins"

1.. De vergaderingen van de commissie zijn openbaar 2.. Indien tenminste drie van de aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt, worden de deuren gesloten. Vervolgens beslist de commissie of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Dit besluit behoeft de stemmen van een volsterkte meerderheid der aanwezig leden. 3.. De leden van de commissie zijn gehouden geheimhouding te bewaren met betrekking tot de hen in vertrouwen ter beschikking gestelde informatie. 4.. De commissie kan in een besloten vergadering, op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie haar opheft. 5.. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter van de commissie, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de commissie overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, deze opheft, dan wel dat de raad overgaat tot opheffing van de geheimhoudingsverplichting.

Rechtspraak bij dit artikel