Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 11

Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen

Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2010

Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13 van de wet niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering wordt, indien er sprake is van een eerste maal volstaan met een waarschuwing. Bij herhaling van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht wordt een maatregel toegepast van 10% indien de uitkering niet ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend. Vanaf de derde maal is de recidiveregeling als bedoeld in artikel 14 van toepassing. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13 van de wet (wel) heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. De maatregel bedoeld in het tweede lid wordt op de volgende wijze vastgesteld: 10% van de grondslag gedurende 1 maand, indien het benadelingsbedrag minder bedraagt dan 5€ 500,-; 20% van de grondslag gedurende 1 maand, indien het benadelingsbedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan € 500,- maar minder bedraagt dan € 2000,-; 50% van de grondslag gedurende 1 maand, indien het benadelingsbedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan € 2000,- maar minder bedraagt dan € 4000,-; 100% van de grondslag gedurende 1 maand, indien het benadelingsbedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan € 4000,- Van een maatregel wordt afgezien: Zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen; Zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.

Rechtspraak bij dit artikel