1.
De vergaderfrequentie van de carrouselvergadering wordt door het presidium vastgesteld en nader ingevuld door de agendacommissie.
2.
Een carrouselvergadering komt in afwijking van het eerste lid, zo dikwijls de raad dit nodig acht bij elkaar. De leden van de raad kunnen een dergelijk verzoek tot afwijking onder opgaaf van redenen bij de voorzitter van de raad indienen.
3.
De oproeping voor de vergadering geschiedt door de betreffende voorzitter, met opgaaf - voor zover mogelijk - van de te behandelen onderwerpen, onder toezending van de relevante stukken en - tenzij in spoedeisende gevallen – ten minste acht dagen van tevoren. De griffier is bevoegd dit alles namens de voorzitter uit te voeren.