Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Handhavingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ 2010

Een belangrijk aspect van hoogwaardig handhaven is het reageren op geconstateerd niet naleven van verplichtingen dan wel fraude. Rechten en plichten zijn twee kanten van één medaille. Het recht op bijstand, inkomensvoorziening of uitkering is altijd verbonden aan de plicht zich in te zetten om weer onafhankelijk van de uitkering te worden. Dit betekent dat de vaststelling van de hoogte van de uitkering niet alleen afhangt van de toepasselijke norm en de beschikbare middelen van de belanghebbende, maar ook van de mate waarin de opgelegde verplichtingen worden nagekomen. Het gaat hierbij om zowel verplichtingen die te maken hebben met de arbeidsinschakeling als om verplichtingen die te maken hebben met het rechtmatig ontvangen van een uitkering. In de maatregelenverordeningen staan normeringen opgenomen hoe er gereageerd wordt op het niet nakomen van verplichtingen, zoals arbeidsverplichtingen, het niet- of te laat verstrekken van inlichtingen, het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, fraude, tekortschietend besef van verantwoordelijkheid (is geen item in de Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren 2010 omdat die wet dat begrip niet kent) en zeer ernstige misdragingen.

Rechtspraak bij dit artikel