Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Inwerkingtreding

Onderdeel van Handhavingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ 2010

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2010. de raad voornoemd, de griffier, de voorzitter, M.van Vliet MPM AA A. Noordergraaf ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING OP DE HANDHAVINGSVERORDENING WWB, WIJ, IOAW en IOAZ 2010. ALGEMEEN Onder handhaving worden “alle activiteiten die ervoor zorgen dat mensen zich aan wet-en regelgeving houden” verstaan. Handhaving draagt bij aan een goede balans tussen het recht op een uitkering en de plicht om mogelijk zelf in het bestaan te voorzien. Fraude verstoort dit evenwicht. Wie de uitkering misbruikt gebruikt ten onrechte gemeenschapsgeld en haalt uiteindelijk de solidariteit onderuit en belemmert een doeltreffende bevordering van de uitstroom Het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de Handhaving in de wetten een prominente plaats heeft gekregen. Aan het onderwerp is expliciet aandacht aan besteed in artikel 8a WWB, artikel 12 WIJ, artikel 35 IOAW en artikel 35 IOAZ. Het is belangrijk bij het handhavingsbeleid te onderkennen dat er achtereenvolgens gehandeld kan worden met preventieve maatregelen en repressieve maatregelen. Preventieve maatregelen richten zich op het voorkomen van fraude door optimale voorlichting en dienstverlening. Tot de repressieve maatregelen behoren het vroegtijdig constateren en afhandelen van niet nagekomen verplichtingen en fraude. Zoals hierboven al aangegeven staat op het terrein van handhaving het bevorderen van de spontane nalevingbereidheid van de cliënt voorop. Klanten worden (iedere keer weer) gewezen op de aan de uitkering verbonden verplichtingen. Het is daarbij echter niet realistisch te denken dat daarmee in alle gevallen voorkomen wordt dat door klanten onjuiste of onvolledige informatie verstrekt wordt. In die gevallen zullen repressieve maatregelen gehanteerd worden. In dit kader zijn dat opsporing, zonodig met inzet van de sociale recherche en sanctionering.

Rechtspraak bij dit artikel