Naar hoofdinhoud
1.. Naast de gegevens die op grond van artikel 9, lid 1, 2 en 3 van de Algemene Verordening zijn vereist, dient de aanvrager de volgende gegevens in: een motivering waarom de kosten van het archeologische onderzoek waarvoor subsidie wordt gevraagd, naar het oordeel van de aanvrager voor hem onevenredig hoog zijn; een overzicht waaruit blijkt hoeveel de aanvrager financieel bijdraagt aan de kosten van het archeologische onderzoek; een door de aanvrager goedgekeurde offerte met daarin een overzicht van de totale kosten van het archeologische onderzoek; en indien mogelijk een programma van eisen met betrekking tot de desbetreffende opgraving. 2.. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3.. Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd. Van deze verdaging stelt het college de aanvrager vóór afloop van de eerstgenoemde termijn van 12 weken in kennis. 4.. Het archeologisch onderzoek, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, sub a moet binnen een redelijke termijn worden uitgevoerd, maar in elk geval binnen 1 jaar nadat op de aanvraag is beslist. Het college kan een andere termijn stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel