De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt in principe is 6 termijnen, maar waar dat voor de inburgeringsplichtige aantoonbaar ondoenlijk is in ten hoogste 12 termijnen betaald.
Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.
Inburgeringsplichtigen die hebben deelgenomen aan het (inburgerings) examen dat deel uitmaakt van het door het college vastgestelde inburgeringstraject en daarvoor zijn geslaagd komen in aanmerking voor een waarderingsbonus
De hoogte van de waarderingsbonus komt overeen met 30 % van de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 23, tweede lid van de wet
Inburgeringsplichtigen met een (gezins)inkomen van minder dan 115 % van de geldende bijstandsnorm hebben recht op kwijtschelding van 70 % van de eigen bijdrage. Voor het resterende te betalen deel van de eigen bijdrage blijft artikel 6, eerste lid van kracht.
Een inburgeringsplichtige die een gedeeltelijke kwijtschelding van de eigen bijdrage, zoals genoemd in artikel 6, vijfde lid heeft verkregen, blijft in aanmerking komen voor de volledige waarderingsbonus, zoals aangegeven onder lid drie en lid vier van dit artikel.