Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 3.

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren

1.. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2.. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 3.. In afwijking van het eerstel lid bedraagt de toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die het hoofdverblijf heeft in een kamer of andere onzelfstandige woning waarvoor geen huurtoeslag kan worden ontvangen, omdat de kamer of andere de onzelfstandige woning niet voldoet aan de voorwaarden die artikel 11 van de Wet op de huurtoeslag daaraan stelt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel