Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 1

Begripsbepalingen.

Onderdeel van Verordening Subsidieverstrekking gemeente Dongen 2007

Gemeente: de gemeente Dongen; Raad: de raad van de gemeente Dongen; College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen; De commissie: de tot het beleidsterrein behorende raadscommissie van de gemeente; Instelling: een rechtspersoon naar burgerlijk recht, dan wel naar publiek recht, dan wel een erkend onderdeel daarvan, die zich ten doel stelt activiteiten op het brede welzijnsterrein te verrichten ten behoeve van de inwoners van de gemeente; Subsidie: de aanspraak op financiële middelen door de gemeente verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van een instelling, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of diensten; Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies ter uitvoering van deze verordening, volgens de daarvoor geldende beleidsregels, zoals opgenomen in het jaarlijks op te stellen programma; Subsidieprogramma: het door de raad telkens voor vier jaar vastgestelde programma,waarin het welzijnsbeleid wordt beschreven, de activiteiten die gedurende de programmaperiode in aanmerking komen voor subsidie, de subsidiegrondslag en de verplichtingen voor subsidieverlening; Welzijnsterrein: het gemeentelijke beleidsterrein dat gericht is op het welbevinden en de ontplooiing van burgers met name op gebied van maatschappelijk welzijn; Cluster: een specifiek deel van het gemeentelijk welzijnsterrein, zoals vermeld in subsidieprogramma; Activiteiten: werkzaamheden door een instelling verricht waarvoor subsidie wordt verleend. De activiteiten moeten gericht zijn op de door de gemeente na te streven doelstellingen. De resultaten van die werkzaamheden en/of de werkzaamheden zelf moeten meetbaar zijn in termen van kwantiteit, kwaliteit, tijd en/of geld; Beleidsgestuurde Contract Financiering (BCF)Contractvorm die de basis vormt voor de van welzijnsinstellingen met professionele krachten af te nemen diensten in relatie tot de daarvoor beschikbaar te stellen subsidie Beroepskracht: degene die op grond van een arbeidsovereenkomst naar het burgerlijk recht of een overeenkomst tot het verrichten van diensten een functie uitoefent bij een instelling; Vrijwilliger: degene die zelfstandig of in samenwerking met één of meer beroepskrachten activiteiten uitvoert zonder dat hij of zij een arbeidsovereenkomst met die instelling heeft aangegaan en dat tegenover zijn of haar werkzaamheden, behoudens een geringe onkostenvergoeding, geen geldelijke vergoeding staat; Deelnemer: degene die gebruik maakt van de activiteiten van de instelling; Lid: een natuurlijk persoon, die voldoet aan de vereisten van het lidmaatschap van de instelling, deelneemt aan de activiteiten of bestuurlijke of vrijwilligersactiviteiten verricht én contributie betaalt; Jeugdlid: een lid als bovengenoemd, dat op de peildatum (1 januari van elk jaar) de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; Subsidieperiode: vier kalenderjaren; Subsidiejaar: een kalenderjaar; Accountantsverklaring: een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid, onderscheidenlijk een mededeling van de accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek II van het Burgerlijk Wetboek inhoudende dat van onjuistheden niets is gebleken in de aangereikte stukken; Vermogen: het eigen vermogen zoals omschreven in artikel 373 van Boek II van het Burgerlijk Wetboek; Voorziening: een voorziening zoals omschreven in artikel 374 van Boek II van het Burgerlijk Wetboek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel