Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 4

Artikel 4.4.2

Kapverbod

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2009

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen of te doen vellen, voor zover het betreft de onderstaande bomen/boomsoorten vanaf een omtrek van 65 cm (=doorsnede of diameter van 20,7 cm) op 1,30 meter boven het maaiveld: bomen of boomgroepen vastgelegd in een bestemmingsplan; bomen vastgelegd in de (concept)lijst monumentale bomen; zomereik en wintereik (in tegenstelling tot hetgeen in de aanhef is vermeld geldt het verbod voor alle variëteiten); beuk (in tegenstelling tot hetgeen in de aanhef is vermeld geldt het verbod voor alle soorten en variëteiten); grove den (inclusief vliegdennen); paardenkastanje, iep en linde (alle soorten en variëteiten); bosplantsoenvakken of bosjes met overwegend inheemse soorten met daarin bomen met een stamomtrek van 65 cm of dikker of met een oppervlakte van meer dan 1.000 m²; houtwallen, singels, knotbomen en bomen die deel uitmaken of deel uitmaakten van een singel of houtwal. 2.. Het verbod uit het eerste lid geldt niet voor houtopstanden, die op een bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd, indien het betreft: houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.5.6.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel